16 45 Uitspraken wethouder Van der Meij 06-09-2016

Geacht College,

In de forumvergadering van 6 september 2016 zette wethouder Van der Meij de voorzitter van de BBR (niet aanwezig) weg met de woorden “ik ben klaar met deze meneer”. 
De Telegraaf van vrijdag 9 september doet de kwestie duidelijk  uit de doeken. De uitlating van de wethouder zou voortkomen uit bevlogenheid. Daarnaast wordt gerept over het geschoffeerd  “voelen”. Het CDA vindt bevlogenheid goed maar dat rechtvaardigt een dergelijke uitspraak allerminst. Ook is geen sprake van gekwetst “voelen” maar is het een duidelijke affront.
 

Op grond van artikel 42 van het Reglement van Orde stelt het CDA daarom de volgende vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rijswijk:

  1. Welke aanleiding heeft de voorzitter van de BBR dan wel de BBR gegeven om zo door de wethouder weggezet te worden?
  2. Hoe beschrijft en kwalificeert u de relatie tussen college en de BBR?
  3. Waarom diskwalificeert u impliciet de stellingname van de BBR inzake de PPP? Het is een goed recht van burgers en bedrijven om zienswijzen in te dienen.
  4. Zijn er nog meer fricties anders dan de zienswijze inzake de PPP te benoemen in de relatie tussen het college, zijn ambtenaren en de BBR?
  5. Hoe gaat u en de betrokken wethouder in het bijzonder, de geschonden relatie met de BBR herstellen?
  6. Waarom investeert u niet meer tijd in het onderhouden van de relatie met de BBR die van groot belang is voor de economische ontwikkeling van Rijswijk?

 

Johanna Besteman, raadslid
Krijn de Graaf, raadslid
Wim Mateman, fractievoorzitter

Antwoord

Het college beantwoordt de vragen als volgt:

  1. De wethouder betreurde de afwezigheid van de BBR tijdens de forumvergadering d.d. 06 september 2016. Het was ook niet de bedoeling om de voorzitter van de BBR op deze wijze weg te zetten.
  2. De relatie tussen het college en de BBR is goed te noemen. Zo wordt regelmatig constructief en zakelijk overlegd tussen de BBR en de portefeuillehouder Economische zaken.
  3. Het college herkent zich niet in uw aanname dat de stellingname van de BBR wordt gediskwalificeerd.
  4. Nee.
  5. Zoals gesteld in het antwoord op vraag 2 is geen sprake van een geschonden relatie. Wethouder Van der Meij heeft bij collegebrief schriftelijke excuses aangeboden aan de voorzitter van de BBR.
  6. Zie antwoord 2. De BBR is betrokken bij diverse dossiers in het belang van de economische ontwikkeling van Rijswijk.

    Burgemeester en wethouders,  

    De secretaris,                                                              de voorzitter,
    Drs. A. de Baat                                                           drs. M. J. Bezuijen

Politieke partij

CDA