16 30 Wijkagent in de knel

Geacht College,

Veel wijkagenten komen door bijvoorbeeld noodhulp, administratieve taken en horecadiensten te weinig toe aan het werken in de eigen wijk. Tijdens de vorming van de Nationale Politie is afgesproken om wijkagenten tachtig procent van hun tijd in de eigen wijk te laten rondlopen. Maar die norm wordt vaak niet gehaald, blijkt uit een enquête van de Centrale Ondernemingsraad van de politie onder 128 wijkagenten in het hele land.

Vragen aan de burgemeester:

  1. Kent u dit onderzoek, kunt u zich vinden in de gesteld uitgangspunten dat wijkagenten 80% van hun tijd moeten doorbrengen op straat in de wijk?
  2. Hoe ziet de situatie er uit in Rijswijk? Zijn alle wijkagenten in Rijswijk voldoende aanwezig in de wijk, wat u betreft?
  3. Bent u het met de CDA-fractie eens dat de Rijswijkse wijkagenten minimaal 85% van hun tijd moeten besteden op straat, in de wijken van Rijswijk?
  4. Zijn er aanvullende maatregelen nodig om dit doel te bereiken?
  5. Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

CDA fractie,
Johanna Besteman

Antwoord

Het College beantwoordt deze vragen als volgt:

  1. Ja, wij kennen het onderzoek en kunnen ons vinden in dit uitgangspunt.
  2. en 3. Binnen de gemeente Rijswijk zijn er negen wijkagenten. Uit de resultaten van de enquête van de Centrale Ondernemingsraad blijkt dat er in de politie-eenheid Den Haag wél wordt voldaan aan de landelijke norm van 80%. Ook in Rijswijk voldoen we aan deze norm. De wijkagenten zijn hiermee wat ons betreft voldoende aanwezig in de wijk.
  3. en  5. Wij zijn het eens met de stelling dat de wijkagent zoveel mogelijk in de wijk aanwezig moet zijn, maar wat ons betreft is 80% voldoende. Bij het adequaat uitoefenen van de politietaak hoort namelijk ook de administratieve verwerking van de (wijk)informatie, het bijwonen van overleggen en het volgen van opleidingen. De verhouding van 80/20 achten wij passend. Wel onderschrijven wij, zoals bekend, het pleidooi van de regioburgemeesters om extra middelen voor de politie ter beschikking te krijgen. Deze zouden niet alleen ten goede moeten komen van versterking van de opsporing, maar met name ook voor de wijkzorg en bijvoorbeeld de informatieorganisatie.

College van burgemeester en wethouders,

de secretaris,                                                                         de burgemeester,
drs. A. de Baat                                                                      drs. M.J. Bezuijen

Politieke partij

CDA