Gemeenten en woningbouwcorporaties willen transitie met restwarmte uit de Rotterdamse Haven

Restwarmte is één van de warmtebronnen die straks de woningen in de Provincie Zuid-Holland aardgasvrij moet maken. Om die restwarmte te transporteren vanuit de haven van Rotterdam naar de woningen, ontwikkelt Gasunie met steun van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Provincie Zuid-Holland de WarmtelinQ. Een warmteleiding die in eerste instantie loopt van Vlaardingen naar Den Haag. Om die warmte ook echt bij de woningen te krijgen is op 24 maart een intentieverklaring ondertekend waarin samenwerkingsafspraken staan.

 

Gasunie, Provincie Zuid-Holland, de gemeenten Vlaardingen, Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en de corporaties met veel bezit in Den Haag en omgeving, vertegenwoordigd in Sociale Verhuurders Haaglanden, hebben de intentieverklaring ondertekend. Deze partijen werken met de Rijksoverheid samen om te komen tot realisatie en gebruik van WarmtelinQ. Partijen zien restwarmte als belangrijk onderdeel van een haalbare, betaalbare, duurzame en leveringszekere warmtevoorziening.

Omdat de WarmtelinQ relatief snel en betrouwbaar in duurzame warmte kan voorzien, zien partijen WarmtelinQ als dé kans om te komen tot een versnelling van de energietransitie in de gemeenten. Dit om de klimaatdoelstellingen van 49% CO2-reductie voor 2030 te kunnen halen. Gemeenten maken in 2021 het gebruik van restwarmte voor het aardgasvrij maken van woningen duidelijk in een visie over de warmtetransitie. In deze zogenaamde Transitievisie Warmte staat welke alternatieve warmtebronnen de gemeente kiest en wanneer de wijken van het aardgas af gaan.

De betrokken partijen hebben werkafspraken voor de komende tijd gemaakt. Zo werken partijen de vraag naar duurzame warmte uit en selecteren partijen sleutelprojecten om eerste ervaringen op te doen en van elkaar te leren.

“Alleen door samen te werken is het klassieke probleem van vraag en aanbod naar warmte te doorbreken”’, aldus Stephan Brandligt, naast wethouder van Delft ook voorzitter van de Regionale Energie Strategie (RES). Hij licht dit toe: ”WarmtelinQ komt er pas als er voldoende vraag naar warmte is en gemeenten kunnen pas echt met de warmtetransitie aan de slag als er zekerheid is over de komst van WarmtelinQ. Daarom is samenwerking in de regio zo enorm belangrijk. “ De Rijswijkse wethouder van Energietransitie Jeffrey Keus vult aan: “WarmtelinQ biedt een kans in de zoektocht naar een haalbaar en betaalbaar alternatief om woningen van duurzame warmte te voorzien. Het is goed dat we met partijen verder onderzoeken hoe onze inwoners hiervan kunnen meeprofiteren.”

Rob van den Broeke benadrukt vanuit de corporaties dat warmte in deze regio hét enigszins betaalbare alternatief is om corporatiewoningen aardgasvrij te krijgen. Het belang van de levering van warmte via WarmtelinQ is dus groot. De corporaties werken hierin graag samen met alle gemeenten langs het tracé.

Gasunie ontwikkelt de WarmtelinQ in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en hecht veel belang aan de versnelling en de samenwerking met de partijen.

Gasunie is verheugd met de brede maatschappelijke steun voor WarmtelinQ en restwarmte, alleen zo kunnen we ook echt woningen aardgasvrij maken en CO2-uitstoot terugbrengen. Gasunie ziet dit als een start van een intensieve en meerjarige samenwerking; dit is immers pas het begin. Er is nog heel veel werk te verzetten.

De Provincie Zuid-Holland constateert dat de warmtetransitie nu echt onderweg is en de ambitie van een warmtetransportnet in Zuid-Holland een stap dichterbij komt.

Jeanette Baljeu, gedeputeerde in voor de Provincie Zuid-Holland benadrukt het belang van het gebruik van restwarmte. “We hebben unieke kansen in onze provincie vanwege de grote hoeveelheid restwarmte in de haven om de stap naar verduurzaming in de warmtevraag te maken. Het is van groot belang dat gemeenten en corporaties ook die vraagontwikkeling gaan inzetten”.