Geen toestemming voor optocht Sint en Pieten

De organisator van ‘Manifestatie Wie kent ‘m niet’ krijgt geen toestemming om op zaterdag 21 november een demonstratieve optocht te houden in Rijswijk met Sinterklaas en Pietenband. Reden hiervoor is dat de naleving van een aantal coronamaatregelen niet kan worden gegarandeerd, waaronder de maatregel om 1,5 meter afstand te bewaren. Hiermee komt de volksgezondheid in gevaar. Dit heeft voorzitter van de Veiligheidsregio (VRH) Jan van Zanen vandaag aan de organisator laten weten.

De organisator – overigens een inwoner uit Den Haag – krijgt in plaats van een optocht langs onder meer In de Bogaard en de Muziekbuurt wel toestemming om op één vaste plek te demonstreren voor het behoud van de zwarte pieten-traditie. Hiervoor is het Piramideplein aangewezen. Het door de organisator aangegeven maximaal aantal deelnemers van 30 personen is goedgekeurd, net als het voorgestelde tijdsblok van 10.30-14.00 uur. Voor alle deelnemers geldt dat zij zich aan de coronamaatregelen moeten houden. Indien dat niet gebeurt kan de politie ingrijpen en de demonstratie beëindigen.

Aangepaste vorm

“Ik ben blij dat de demonstratie wel in aangepaste vorm door kan gaan”, zegt waarnemend burgemeester Bas Verkerk. “Het recht om te demonstreren is een groot goed. Het besluit van de VRH-voorzitter staat hier ook los van. Het heeft ook niets te maken met dat inwoners geen Sinterklaasactiviteit wordt gegund, maar alles met de huidige coronacrisis. Het risico op verspreiding van het coronavirus is simpelweg te groot.”

Risico’s

De burgemeester maakt zich zorgen over het beeld dat in enkele media wordt geschetst van een ‘gezellig evenement’. “Zowel als het gaat om de gezondheid van onze inwoners als de veiligheid. Voor de duidelijkheid: het gaat om een demonstratie, niet om een Sinterklaasevenement zoals we zijn gewend. Evenementen zijn in deze coronatijd sowieso verboden. Wie zaterdag met zijn of haar kinderen aanwezig is, moet zich realiseren dat wordt deelgenomen aan een demonstratie, met alle risico’s van dien.”