Alsnog een lintje

Vandaag kregen negen Rijswijkers alsnog hun koninklijke onderscheiding uitgereikt door burgemeester Michel Bezuijen in de Rijswijkse Schouwburg (ZH). Door de Corona-crisis kon dit op 24 april niet doorgaan. De gelauwerden kregen toen al wel persoonlijk bericht.

Lintjesregen 2020 (meer foto's op Facebook)
Meer foto's op de Facebookpagina van de gemeente Rijswijk

De Gedecoreerden

De Rijswijkse gedecoreerden, allen Lid in de Orde van Oranje-Nassau, zijn:

De heer A.J. van der Hoeven

De heer Van der Hoeven heeft naast zijn werk bij KPN vanaf 1979 altijd vrijwilligerswerk gedaan, grotendeels ook met zijn vrouw. Hij begon als vrijwilliger bij kleuterschool Tussen de blokken en daarna bij basisschool Boutesteijn/De Stap als penningmeester van de oudercommissie. Van 1985 tot 1999 was hij vrijwilliger bij badmintonclub DKC in Den Haag. Hij bekleedde diverse functies, zoals secretaris, vicevoorzitter en voorzitter. Hij heeft de public relations opgezet, vorm gegeven en 15 jaar uitgevoerd. Daarnaast was hij voorzitter van de redactiecommissie en van de ballotagecommissie. Bovendien draaide hij elke zaterdagmiddag kantinedienst met zijn vrouw. Als blijk van waardering heeft hij de Haagse Stadsspeld ontvangen, de Zilveren speld van de Nederlandse Badminton Bond en is hij erelid van badmintonclub DKC. Van 1999 tot 2015 is de heer Van der Hoeven vrijwilliger geweest bij achtereenvolgens woonzorgcentrum Onderwatershof, woonzorgpark Loosduinen te Den Haag en aanleuncomplex Beukenheim. Sinds 2007 is hij vrijwilliger en activiteitenbegeleider in verpleeghuis WZH Sammersbrug te Den Haag. De heer Van der Hoeven verricht diverse hand- en spandiensten, zoals het opknappen van ruimtes, bardiensten draaien, materialen verzorgen die gebruikt worden bij de activiteiten, helpt bewoners bij dagjes uit, speelt voor Sinterklaas en Kerstman, helpt bij het Kerstdiner, bakt oliebollen en nog veel meer.

Mevrouw L. van der Hoeven-Bijsterveld

Mevrouw Van der Hoeven is begonnen als vrijwilliger in 1979 bij kleuterschool Tussen de Blokken en vervolgens bij basisschool Boutesteijn/De Stap; zij was onder andereleesmoeder, luizenmoeder en activiteitenbegeleider. Van 1984 tot 1999 stond zij iedere zaterdagmiddag met haar man in de kantine bij badmintonclub DKS en deed daar alle voorkomende werkzaamheden. Vanaf 1989 verleent mevrouw Van der Hoeven vooral hulp aan ouderen. Zij was tot 2015 activiteitenbegeleider bij woonzorgcentrum Onderwatershof, vervolgens bij het woonzorgpark Loosduinen te Den Haag en daarna bij aanleuncomplex Beukenheim. Sinds 2003 is zij persoonlijk begeleider van een mevrouw met een lichamelijke- en verstandelijke beperking in de woonlocatie Berkenhof van Stichting Philadelphia. Zij gaat elke week met haar op stap, doet boodschapjes, koopt mooie kleding en geeft haar aandacht. Soms gaat ze ook met haar een dagje uit. Vanaf 2007 is mevrouw Van der Hoeven activiteitenbegeleider bij verpleeghuis WZH Sammersbrug te Den Haag. Daar zet zij zich in voor diverse activiteiten, zoals bij soos- en eetavonden, koffieconcerten, de vrijwilligers-adviescommissie, meegaan met dagjes uit, modeshows, schoonmaken en rondom Kerst en Oud en Nieuw.

De heer K.J.H.A. Berkemeijer

De heer Berkemeijer is sinds 1977 pleegvader van twee nichten. Samen met zijn vrouw nam hij, na het overlijden van zijn schoonzus, de zorg van haar twee kinderen op zich (destijds drie en acht jaar oud) naast hun eigen drie kinderen. Sinds 1998 is hij, samen met zijn vrouw, mantelzorger/ondersteuner voor zijn zoon. De zoon woont inmiddels zelfstandig, maar heeft op huishoudelijk- en organisatorisch gebied elke dag ondersteuning nodig. Daarnaast ondersteunt hij dagelijks (samen met zijn vrouw) vanaf 1999 ook een inmiddels hoogbejaarde kennis op het gebied van het huishouden en het rijden en begeleiden bij bezoeken aan artsen. De heer Berkemeijer verricht ook de (financiële) administratie voor haar. Sinds 2012 is hij ook mantelzorger en ondersteuner (samen met zijn vrouw) van het gezin van hun dochter. Er wordt dagelijks geholpen bij het huishouden, de opvoeding van de kinderen en ondersteuning in de zorg.

Mevrouw W.P.M. Berkemeijer-de Bakker

Mevrouw Berkemeijer is sinds 1977 pleegmoeder van haar twee nichten. Samen met haar man nam zij, na het overlijden van haar zus, de zorg van haar twee kinderen op zich, naast hun eigen drie kinderen. Samen met haar man is zij sinds 1998 mantelzorger en ondersteuner voor haar zoon. Hoewel de zoon inmiddels zelfstandig woont, heeft hij dagelijks ondersteuning nodig op huishoudelijk- en organisatorisch gebied. Vanaf 1999 is zij ook ondersteuner (samen met haar man) voor een inmiddels hoogbejaarde kennis. Zij zorgt op huishoudelijk gebied voor haar, bezoekt haar dagelijks en begeleidt haar naar medische afspraken. Sinds 2012 is zij ook (samen met haar man) mantelzorger en ondersteuner in het gezin van haar dochter. Zij helpt elke dag bij het huishouden, de opvoeding en begeleiding van de kinderen en ondersteunt in de zorg.

De heer M.J. Moggré

De heer Moggré is vanaf 1975 vrijwilliger bij de Nederlands Gereformeerde Kerk Den Haag-Rijswijk, beter bekend als de Leeuwendaalkerk. Hij is in die periode 4 jaar diaken geweest, twee keer 4 jaar ouderling en 4 jaar pastoraal bezoeker.  Daarnaast verzorgt hij als organist drie tot vijf kerkdiensten per maand en speelt hij ook bij rouw- en trouwdiensten. Hij nam daar zelfs voor vrij. Hij spande zich (onbezoldigd) in voor de vervanging en het onderhoud van het orgel en streeft altijd naar een hoog muzikaal niveau, ook met de andere muzikanten. Sinds 2013 is hij naast koorlid, ook bestuurslid en bibliothecaris van het Concertkoor Rijswijk; hij verzorgt o.a. de partituren voor koorleden en musici. Daarnaast is hij sinds 2016 vrijwilliger bij de Havenkerk in Den Haag. Hij is daar verantwoordelijk voor de koffieochtend op vrijdag alsmede voor een goed gesprek. In 2015 werd hij lid van de projectgroep “750 jaar kerk in Rijswijk” waarbij in het jubileumjaar 2017 vele activiteiten werden georganiseerd. De projectgroep is voortgezet onder de naam: ‘Wij geloven in Rijswijk’  en organiseert onder meer jaarlijks een gezamenlijke kerkdienst in de Bonifatiuskerk.

De heer T.P.M. van  Paassen

De heer Van Paassen haalt sinds 1995 oudere kerkgangers op, brengt hen naar de kerk en na afloop weer naar huis. Bij veel aanvragen mobiliseert hij ook andere chauffeurs. Vanaf 2003 maakt hij deel uit in van de schoonmaakploeg in de B&B kerk. Hierbij voert hij de voorkomende werkzaamheden uit, maar ook bijzondere werkzaamheden zoals het wassen van de hoge ramen of het verwisselen van de gloeilampen in de hoog hangende lampen door middel van een lange stok. Hij verricht  technisch onderhoud in het kerkgebouw door reparaties aan hang- en sluitwerk en het schilderen van de houten zonwering en deuren aan binnen- en buitenkant van het kerkgebouw. Daarnaast neemt hij ook het tuinonderhoud voor zijn rekening, alsmede het onderhoud van het parkeerterrein bij de kerk. Hij gebruikt hiervoor zijn eigen materiaal. Bij Quintus Handbal is hij sinds 2002 bestuurslid en daarmee aanspreekpunt en contactpersoon. Ook het technisch onderhoud doet hij daar en daarnaast s hij actief bij de organisatie van het jaarlijkse Vet Heuls weekend. Hij plant de bardiensten en staat er zelf als er geen bemensing is. Sinds 2015 is hij hoofdbezorger én verdeler van het maandblad KBO PCOB.

De heer P.H. Speetjens

De heer Speetjens is al vrijwilliger vanaf de middelbare school. Op het Lodewijk Makeblijde College was hij medeoprichter van de leerlingenraad en daarnaast koster van de schoolkapel. Tot op de dag van vandaag is hij nog steeds koster op afroep voor priester Van Geest. Vanaf 1978 tot 1988 was hij voorzitter van de H. Benedictusparochie; onder zijn leiding werd de eerste pastoraal werker benoemd als leider van de parochie. Van 1988 tot 1994 was hij vrijwilliger op de Willibrordusschool. Hij was onder andere voorzitter van de ouderraad en medeorganisator van de avondvierdaagse, diverse markten, schoolfeesten en klusavonden. Van 1993 tot 2013 was hij vrijwilliger en sinds 2002 penningmeester van Wielervereniging HSK Trias. Hij organiseerde diverse activiteiten, zoals de vossenjacht en de jeugdronde. Daarnaast peilde hij bij diverse wedstrijden en draaide bardiensten. Van 1995 tot 2002 was hij lid van de Medezeggenschapsraad op het Interconfessionele Makeblijde College waar hij de belangen van de ouders behartigde, vooral tijdens een bestuursfusie en rector-wisseling. Bestuurslid en vicevoorzitter van de Historische Vereniging was hij van 1997 tot 2008; hij zette zich onder meer in voor het behoud van de historische omgeving en voor een veilige schoolroute voor kinderen. Vanaf 1998 is de heer Speetjens vrijwilliger bij de Benedictuskerk. Tot 2003 was hij daar lector, maar ook de rechterhand van de koster. Sinds 2014 is hij penningmeester geweest en daarna voorzitter van de Katholieke Bond voor Ouderen Rijswijk. Hij bereidt maandelijks de vergaderingen voor, verzorgt een pagina in het mededelingenblad en is afgevaardigde naar de overkoepelende organisatie. Sinds 2017 is hij ook penningmeester van de Parochiale Charitatieve Instelling te Rijswijk.

De heer L.J. van der Velde

De heer van der Velde is vanaf 1973 lid van de Haagse Voetbalclub DUNO, waar hij vanaf het begin al zo breed mogelijk actief is. Hij was vele jaren aanvoerder van diverse elftallen en in het bijzonder trainer/begeleider voor de allerjongste jeugd. Vele jaren was hij medeauteur van de DUNO-presentatiegids vol interviews en beschouwingen en schrijft hij speeches ten behoeve van de jaarvergaderingen. Vanaf 1975 is hij lid van de FNV en zet zich daarnaast ook in als vraagbaak en raadsman voor jonge leden. Vanaf 1972 is de heer Van der Velde (naast zijn werk op het ministerie) als journalist voor de Haagsche Courant, later AD/HC, als freelancer gaan werken. Hij klom op van raadsverslaggever in Wassenaar tot uiteindelijk diplomatiek redacteur. Hij vroeg aandacht voor goede doelen door de verslaggeving van de rubriek ‘Bij ons in Den Haag’. Daarin beschrijft hij nauwgezet alle facetten van de samenleving in en om het Haagse. Daarnaast is hij begeleider en vertrouwenspersoon voor nieuw aangekomen diplomaten in Den Haag.

Professor uit Leiden

Een gedecoreerde woonde op het moment van aanvraag nog in Leiden maar is intussen verhuisd naar Rijswijk. Het betreft Prof. M.E.R.G.N. Jansen, emiritus hoogleraar Archeologie van de Universiteit Leiden. Hij is benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Maarten Jansen wierp zich na zijn kandidaatsexamen klassieke taal- en letterkunde in 1973 volledig op de archeologie van pre-Columbiaans Amerika. Hij volgde allerlei taal- en cultuurstudies van Midden-Amerikaanse volkeren en studeerde na een jaar veldonderzoek in Mexico in 1976 cum laude af: het begin van een levens­lange betrokkenheid bij de Midden-Amerikaanse Indi­aan­se culturen. Hij werd medewerker aan de Universiteit Leiden en in 2003 aanvaardde hij het hoogleraarschap. Het bijzondere aan professor Jansen is, dat hij bij zijn on­der­zoek gebruik maakt van de talen en culturen en de nog aanwezige kennis van Indiaanse volkeren, waarbij de Mixteken bij hem een bijzondere plaats innemen. Deze manier van onderzoek, waarbij als het even kan ook inheemse onderzoekers worden betrokken, kan als aanpak op het conto van Maarten Jansen worden geschreven. Het heeft hem niet alleen veel academisch prestige opgeleverd, maar ook als docent populair gemaakt. Hij is het alom gerespecteerde boegbeeld geworden van de Latijns-Amerikanistiek van de Universiteit Leiden, die inmiddels toonaangevend in de wereld is. Met zijn aanpak heeft professor Jansen een fundamen­te­le bijdrage geleverd aan het begrip van overgebleven pre-Colombiaanse Indiaanse manuscripten. Niet voor niets ontving hij met zijn be­noe­ming tot Commandeur in de Orde van de Azteekse Adelaar een zeer hoge Mexicaanse onderscheiding. Professor Jansen is ook bestuurlijk actief geweest in de faculteit archeologie van de Universiteit Leiden, waaron­der een aantal jaren als vice-decaan en als decaan. In die jaren steeg het budget, het aantal onderzoekers en het aantal studenten van de faculteit aanzienlijk. Hij heeft daarnaast in talloze samenwerkingsverbanden ge­zeten en andere academische gremia.